Leertheorieën
In de vorige eeuw stonden twee opvattingen over leren centraal: het behaviorisme en het
cognitivisme.
Behaviorisme
De mens werd gezien als een onbeschreven blad. Door beloning en straf kan de
mens eenvoudig bepaald gedrag aangeleerd worden. Ook kennis opdoen is eenvoudig:
stampen. Kennis is waardevrij en voor iedereen gelijk.
Cognitivisme
Gelijkdelijk verschoof het inzicht (rond 1960). Men raakte er steeds meer van
overtuigd dat de mens leert in ervaringen. Kennis stapelt op voorgaande. Leren
wordt daarmee voor iedereen anders, omdat ieder voortborduurt op eigen
ervaringen. Het beeld dat ieder heeft is niet een resultaat van zorgvuldige
observaties maar bestaat uit cognitieve constructies die het resultaat zijn van
logisch redeneren.
Constructivisme
Een uitbreiding op het cognitivisme is het (sociaal) constructivisme.
Deze opvatting over leren wordt momenteel veel als uitgangspunt gebruikt bij het
leren.
De uitgangspunten van het constructivisme zijn:
 | Kennis kan alleen gekoppeld worden aan al aanwezige voorkennis. Losstaande
kennis raakt geïsoleerd in het geheugen en is daardoor slecht oproepbaar. |
 | De voorkennis moet geactiveerd worden. Het netwerk in de hersenen met
verwijzingen naar de aanwezige kennis wordt geprikkeld en neemt verwijzingen
naar de nieuwe kennis beter op. Hierdoor raakt de kennis ingebed in
semantische netwerken, en beter terug te vinden. |
 | In zo'n netwerk worden alle ervaringen van de mens opgeslagen. Leren roept
ook gevoelens op, ook deze worden opgeslagen. Het geheel aan kennis,
ervaringen en leermomenten bepalen het werkelijkheidsbeeld van een persoon. |
 | Het terughalen van kennis kan het beste door zoveel mogelijk verbindingen
naar deze kennis te leggen. Een student moet hiervoor actief studeren. |
 | De context waarin geleerd wordt (de groep, de plaats, de opdracht) speelt
een belangrijke rol voor het terughalen van de kennis. Kennis opgedaan bij
wiskunde is moeilijk terug te halen bij werktuigbouwkunde. Daarom is de
context waarin geleerd wordt belangrijk. |
 | Intrinsieke motivatie speelt een belangrijke rol bij het leren. Een
gemotiveerde leerling besteedt meer tijd aan zijn studie, en geeft daarmee
een hoger rendement. |